Heel blij

untitledIk ben blij.

De afgelopen drie jaar heb ik gewerkt aan een nieuw boek, BABEL. Ik heb daarvoor bijzondere verhalen opgediept over elk van de twintig grootste talen van de wereld: over hun geschiedenis, hun bijzondere eigenschappen, hun schrift, noem maar op. Het verschijnt in april bij Athenaeum.

Alsof dat nog niet mooi genoeg is, zijn er inmiddels contracten getekend voor niet minder dan tien edities elders: in Groot-Brittannië, Italië, Noorwegen, Polen, Rusland en Spanje, in de VS, en zelfs in China, Taiwan en Zuid-Korea. Met uitgevers in enkele andere landen wordt nog gesproken.

De eerste recensies zijn er al, op basis van de Engelstalige edities, en die zijn uitgesproken positief. Er staan zinsnedes in als ‘smart, punchy prose’, ‘exciting stories’, ‘fascinating’, ‘enthralling’ and ‘wildly entertaining’.

Vandaar dus dat ik blij ben. Zeg maar gerust: heel blij.

Reserveer nu een exemplaar van BABEL. Of koop als je écht niet kunt wachten de Engelse versie. 

Advertenties
Geplaatst in boeken e.d., taal algemeen | 3 reacties

Vroedvrouw of vrouwenvroed?

vroedvrouwHet is een mooi woord, ‘vroedvrouw’. Een beetje verouderd natuurlijk, dat wel. Mijn zusje en ik zijn in de jaren zestig nog gehaald door een vroedvrouw, maar toen mijn zus dertig jaar later haar kinderen kreeg, had ze een verloskundige aan haar bed. Trouwens, zelfs toen mijn vier overgrootmoeders bevielen, een eeuw eerder, moet het woord vroedvrouw al een beetje mysterieus hebben geklonken, want de eigenlijke betekenis van vroed – te weten ‘wijs’ – was toen al in vergetelheid geraakt.

Pas onlangs vernam ik iets heel anders over het woord vroedvrouw, namelijk dat het een leenvertaling is, gevormd naar voorbeeld van het Franse sage-femme, ‘wijs-vrouw’. De eerste vroedvrouwen duiken al eind dertiende eeuw op  in het Nederlands. Of om precies te zijn, de eerste ‘vroede wijven’, want zo staat het woord in een rijmbijbel uit West-Vlaanderen. Vlaanderen was op dat moment deel van Frankrijk, dus dat een Frans woord als voorbeeld diende was niet zo vreemd.

Alleen, klópt de leenvertaling wel?

Lees verder

Geplaatst in Nederlandse taal, vreemde talen | Tags: , , , , | 1 reactie

Vraag aan KIJK: is het Nederlands moeilijk?

Klompen-met-hakkenOf eigenlijk luidde de vraag aan KIJK Antwoordt voluit: is het Nederlands voor buitenlanders een moeilijke taal om te leren? Waarop ik in het novembernummer antwoordde:

‘Dat hangt vooral af van welke talen ze al spreken. Wie pakweg Arabisch, Turks, Chinees of Somalisch kent, zal het Nederlands razend moeilijk vinden, want de verschillen zijn gigantisch. Maar het Nederlands is een stuk gemakkelijker voor mensen die al een Germaanse taal spreken, zoals Engels of Duits.

Maar is onze taal niet ook ‘objectief’ moeilijk, voor iedereen? Een paar dingen wel inderdaad. De- en het-woorden uit elkaar houden is een crime (de lepel, het mes). Ook de regels voor ‘er’ zijn lastig, want er zijn er nogal veel van. (Leg maar eens uit waarom het voorgaande zinnetje twee keer ‘er’ bevat.) En de woordvolgorde is helemaal een pittige uitdaging: vergelijk ‘ik werk morgen’ (onderwerp vóór persoonsvorm), ‘morgen werk ik’ (onderwerp ná persoonsvorm) en ‘omdat ik morgen werk’ (persoonsvorm helemaal achteraan). Bij elke zin moet je bliksemsnel die ene juiste volgorde kiezen – en ook nog vooraf.

Maar laten we niet overdrijven: in veel opzichten is het Nederlands juist betrekkelijk simpel. Zo heeft het geen naamvallen, weinig verschillende werkwoordsvormen en tamelijk regelmatige meervouden. Misschien wel het grootste probleem voor mensen die onze taal willen leren, is dat wij het ze zo moeilijk máken: zodra we een accentje horen, schakelen we over op Engels. Niet doen!’

Geplaatst in taal algemeen | Tags: , , , | 4 reacties

De verkeersmaker vreest benzineverlaging

buurtpreventie2Is buurtpreventie een fout woord? Die vraag stond onlangs op de Taalkalender van Onze Taal. Nee, was het antwoord, het is in orde. Het zit wel anders in elkaar dan pakweg verzuimpreventie: buurt benoemt niet datgene wat voorkomen (‘geprevenieerd’) wordt, maar de plaats waar iets voorkomen wordt. Dat is geen probleem, aldus Onze Taal, want de ‘grondwet’ van het Nederlands kent vrijheid van samenstelling: zolang de luisteraar/lezer snapt wat de spreker/schrijver bedoelt, mag het inhoudelijke verband tussen het eerste en tweede deel allerlei vormen aannemen. Het rijtje aardolie, stookolie, sojaolie en babyolie laat dat mooi zien. Lees verder

Geplaatst in Nederlandse taal | Tags: , | 3 reacties

Nasale bananen

neusbanWaarom spreken we metaal uit als mәtaal, met de ә-klank van ‘je’? Waarom hoor je mensen wel ‘kәnijn’ zeggen, maar eerder ‘tonnijn’ dan ‘tәnijn’? Waarom wordt kanarie vaak ‘kannarie’, ‘kәnarie’ of zelfs ‘knarie’, maar kaneel niet ‘kneel’ en zelfs niet altijd ‘kәneel’, maar eerder ‘kanneel’. Waarom kun je de naam Doreen wel uitspreken als ‘dorreen’, maar het woord ‘dooreen’ niet? En waarom Nadien wel als ‘naddien’, maar nadien niet? Waarom kunnen we van banaan niet alleen ‘bannaan’, maar zelfs ‘bәnaan’ maken, maar van nasaal hoogstens ‘nazzaal’, niet zo snel ‘nәzaal’? Waarom spreken we Venezuela uit als ‘venәzuela’ of als ‘vinnezuela’, maar niet als ‘venezuela’, met drie heldere e-klanken?

Tenminste, volgens mij – misschien hoor en zeg jij sommige dingen anders, en ik sta ook zeker niet voor alle details in. Maar ik hoop dat we het wel eens kunnen worden dat we in het Nederlands sommige onbeklemtoonde klinkers niet of nauwelijks afzwakken (de ‘oo’ van dooreen’), sommige enigszins (nasaal wordt wel ‘nazzaal’, maar niet ‘nәzaal’) en nog weer andere heel sterk (‘konnijn’, ‘kәnijn’ – een liedje van Maarten van Roozendaal heet zelfs ‘Knijn’). Waarom doen we dat? Lees verder

Geplaatst in Nederlandse taal | Tags: , , | 17 reacties

Tweeënhalve kilo boeiende smeuïgheid

HGVHet groot vloekboek hinkt op meerdere gedachten, maar gelukkig zijn het overwegend goede gedachten.

Eén gedachte is: we maken een gedegen informatief boek over vloeken in het Nederlands, met betrouwbare informatie. Dat is gelukt. Naar volledigheid lijkt niet te zijn gestreefd, maar véél is het ook nu al van: van etterbak tot gratenkut en van kapoen tot kech. Het staat vol etymologische verrassingen, culturele beschouwingen en (socio-, psycho- en historisch-)linguïstische inzichten. Bovendien, het loutere feit dat we hier als volwassenen onder elkaar informatie delen over woorden als kloothommel, sodeju en crapuul werkt ontegenzeggelijk op de lachspieren, ook al is die informatie gewoon boeiend en correct. Speciale en eervolle vermelding verdient hier de vondst van de ‘scheldschade’: enkele tientallen behandelde woorden krijgen een score die uitdrukt hoeveel pijn ze de ontvangende partij doen. Een soort bijsluiter om als uitdelende partij beter te kunnen doseren, zeg maar. Lees verder

Geplaatst in boeken e.d., Nederlandse taal | Tags: , | Een reactie plaatsen

5+1 aan weerszijden van het Kanaal

5-1Voor een Europese taal vervoegt het Engels zijn werkwoorden maar raar. In de tegenwoordige tijd zijn bijna alle vormen hetzelfde: I see, you see, we see, you (guys) see and they see. Maar net als je begint te denken dat de Engelse o.t.t. vervoegingsloos door het leven gaat, duikt er een verrassing op: she·he·it sees, met een s aan het end. Geen grote verrassing natuurlijk, want zo’n beetje iedereen wéét dat, maar toch, als je het niet wist, zou je het niet zien aankomen.

Dit type vervoeging is uitzonderlijk. De meeste Europese talen hebben veel meer tierelantijnen. Het Nederlands heeft drie vormen (zie, ziet, zien), en talen als Spaans en Tsjechisch nog veel meer. Anderzijds, de Scandinavische talen zijn nog een slag soberder dan het Engels, een taal waar ze in het algemeen aardig wat mee gemeen hebben. In het Deens bijvoorbeeld zijn alle zes vormen identiek: het werkwoord se (zien) wordt vervoegd, of eigenlijk juist niet, als jeg ser, du ser, hun·han ser, vi ser, I ser, de ser. Lees verder

Geplaatst in vreemde talen | Tags: , , , , | 4 reacties