Lingua loopt

videostillHoe gaat het met je boek? vragen mensen. Dat vind ik leuk, zeker nu ik naar waarheid kan antwoorden: goed.

Omdat het nieuwe boek voor een deel gebaseerd is op het oude Taaltoerisme, was ik een beetje bezorgd dat media het links zouden laten liggen. Gelukkig doen ze dat niet. Da’s ook wel terecht, want meer dan de helft van de tekst is wel degelijk gloednieuw – je zou kunnen zeggen dat Lingua een soort Taaltoerisme plus ‘Taaltoerisme 2’ in één band is. Maar ja, er komen voortdurend zo veel boeken uit dat je om het minste of geringste terzijde gelegd kunt worden.

Een paar reacties dan:

  • ‘Een heerlijk boek dat je in één teug uitleest’ – Naomi Jansen in KIJK. ★★★★
  • ‘Onderhoudende beschouwingen’ – Erik van den Berg in de Volkskrant.
  • De ‘(historische)taalweetjes werken heel verslavend’ – Margot Poll in NRC.
  • ‘Niet alleen een aanrader voor taalliefhebbers’; ‘slaagt erin om over elke taal een interessant verhaal te vertellen’ – Quest.
  • ‘Een boek over talen zoals een boek over talen hoort te zijn: vol relevante kennis en toch knap en vlot geschreven’ – Taalvoutjes.
  • ‘Er zijn er niet veel die zó gedegen en deskundig, en tegelijk zó helder en soepel over taal schrijven als Gaston Dorren’ – Kees van der Zwan, Onze Taal.
  • ‘Een nóg fijner boek dan Taaltoerisme al was’ – Marc van Oostendorp op Neerlandistiek.nl.
  • ‘Misschien wel de leukste taalschrijver van Nederland’ – blogger Roger Abrahams.
  • ‘Interessante, leuke, toffe en bijwijlen humoristische stukjes’ – Herman Boel op Taalfluisteraar.be.

Lees verder

Advertenties
Geplaatst in boeken e.d. | Tags: | Een reactie plaatsen

Wanneer wanneer?

waarneerEerder deze week twitterde ik:

Het voegwoord ‘als’ kan betekenen ‘op het moment dat’ (tijd; Engels when) of ‘in het geval dat’ (voorwaarde, Engels if). Hoe zit dat in jouw Nederlands met ‘wanneer’, bijv. in “ik ga douchen wanneer jij gaat lezen”? Duidt ‘wanneer’ n tijdstip aan of kan t ook n voorwaarde zijn?
kan beide, maakt niet uit
meer t tijdstip
uitsluitend n tijdstip

Ik stelde de vraag omdat ik in mijn rol als eindredacteur wanneer vaak in als verander als het een voorwaarde inluidt. Maar heb ik daar eigenlijk wel een steekhoudende reden voor? Ik zou er mijn hand niet voor in het vuur durven steken dat wanneer in zo’n geval in strijd is met de regels van de standaardtaal. Maar lelijk vind ik het wel, en hoe duidelijker de bijzin een voorwaarde stelt, des te lelijker. ‘We kunnen gaan fietsen wanneer het vanmiddag droog is’: alla – er komt vast wel een droog moment, en dán gaan we fietsen. ‘We gaan alléén fietsen wanneer het om 2 uur toevallig net droog is’: bah! Lees verder

Geplaatst in Nederlandse taal | Tags: , , , | 9 reacties

Nu in Van Dale: ‘een meisje die’

stadhuisstraatTon den Boon, hoofdredacteur van de Dikke van Dale, heeft zijn taalcolumns uit Trouw gebundeld onder de titel Dat gaat ’m niet worden. Ik stuitte daarin op een opmerkelijk zinnetje.

Maar eerst iets anders. Als het over vermeende taalverloedering gaat wordt, naast de klassieker ‘hun hebben’, vaak de constructie ‘een meisje die’ genoemd. Daarin wordt een het-woord gevolgd door een betrekkelijk voornaamwoord dat daar volgens de standaardgrammatica niet bij past.

Nu is meisje natuurlijk wel een raar het-woord, want voor personen gebruiken we bijna alleen maar de-woorden: de vriend(in), de zanger(es). Maar er zijn een paar uitzonderingen, zoals wijf, afdelingshoofd en fotomodel, en bovendien alle verkleinwoorden, zoals vriendje, zangeresje en ook meisje. Die het-woorden behoren het betrekkelijk voornaamwoord dat te krijgen; die is foei. Dat was zo, dat is zo en dat zal beslist niet zo blijven, maar nu nog even wel.

Voordat ik terugga naar de bundel van Den Boon, nog iets anders: het betrekkelijk voornaamwoord wier heeft het moeilijk. Ooit stond dat achter vrouwelijke en meervoudige woorden (‘de vrouw, wier auto…’; ‘de vrouwen, wier betoog…’). Inmiddels wordt het steeds meer verdrongen door wiens, dat oorspronkelijk alleen bij mannelijke en onzijdige woorden hoorde. Als correct gold en geldt ‘de man, wiens stropdas…, ‘het hof, wiens besluit…’ en natuurlijk ook, gezien het bovenstaande, ‘het meisje, wiens kapsel…’. Incorrect was voorheen: ‘de zangeres(sen), wiens begeleidingsband…’, Maar inmiddels staat ook daar meestal wiens, en daar lijken nog maar weinig mensen over te vallen. (Ik ook niet, al vind ik de keuze lastig wanneer ik schrijf.)

Nu dan eindelijk terug naar Den Boon. Want wat lees ik daar op bladzijde 25? ‘… een ouder fotomodel, wier grijze kapsel…’.

Dat is feest, zeg! Hij koppelt hier dus wier, het ietwat ouderwetse, maar zeker in schrijftaal nog wel gebezigde vrouwelijke betrekkelijk voornaamwoord, aan een onzijdig zelfstandig naamwoord. We hebben hier derhalve te maken met net zo’n geval als ‘een meisje, die’, maar dan wel met een uitgesproken deftig voornaamwoord. Dientengevolge is het niet zozeer een geval als ‘meisje, die’, maar eerder ‘meisje, dewelke’. Nog mooier!

Kortom, straattaal ontmoet stadhuistaal, in een uitgave van Van Dale. Hoe magnifiek is dat?

***

Naschrift: Nee, het zit toch anders. Rutger Kiezebrink, taaladviseur bij Onze Taal, verwijst me naar de Algemene Nederlandse Spraakkunst, waar tot mijn verrassing dit staat:  ‘Wiens wordt vooral in geschreven taal gebruikt en dan alleen wanneer het antecedent een mannelijke persoon (mijn cursivering, gd) noemt of ernaar verwijst.’

Weliswaar denk ik dat daar wel een heel klein beetje op valt af te dingen (‘het hof, wiens beslissingen…’ lijkt me prima, of zeg ik dat onder invloed van het Engelse whose?), maar uit de ANS-formulering is af te leiden dat bij een vrouwelijke persoon het voornaamwoord wier meer voor de hand ligt. Er staat niet expliciet bij dat dat ook bij grammaticaal onzijdige woorden als meisje en model geldt, maar een ‘persoon’ is geen ‘woord’, dus de schrijver lijkt dat wel zo te bedoelen.

Kortom: Den Boons formulering is dan misschien een tikje ouderwetsig, maar niet in strijd met de klassieke grammatica.

Geplaatst in boeken e.d., Nederlandse taal | Tags: , , , | 6 reacties

Drie grote nieuwzen (met plaatjes)

Mijn Facebooklezers en -kijkers weten het al, maar laat ik het vooral ook van de daken bloggen:

Eén – Lingua is uit! Ik heb over mijn nieuwe boek al eerder geblogd en ik ben er ook al over geïnterviewd. Verdere media-aandacht zit eraan te komen. Overal te koop!

Lees verder

Geplaatst in boeken e.d. | Tags: , , | 4 reacties

.? ,? |? ·!

dia-del-punt-volat-600x600Ondertitels van boeken vormen een probleem waar ik al mee worstel zo lang als ik eindredactiewerk doe. Er valt mee te leven, maar een hardnekkige kwestie is het wel.

Titels op boekomslagen bevatten zelden een punt, maar toch begint de ondertitel met een hoofdletter. Dat is raar, maar het levert geen onduidelijkheid of lelijkheid op doordat de ondertitel meestal op een nieuwe regel staat. Wil je titel en ondertitel in een lopende tekst noemen, op één regel dus, dan kun je die  puntloze hoofdtitel niet zomaar overnemen. Kijk maar: Lees verder

Geplaatst in Nederlandse taal | Tags: , , , , | 7 reacties

Zweterige gedachten (slot): Dank voor de inspiratie!

FSTATrouwe lezers van taaljournalist.nl weten dat ik al meermalen blogjes heb geplaatst onder de kop ‘Zweterige gedachten’. Drie daarvan hebben ook het boek Vakantie in eigen taal gehaald. De rode draad in die serie, als je het zo kunt noemen, is dat het idee voor elk stukje in me opkwam op de sportschool.

Dat ik die reeks nu afsluit is niet omdat ik stop met sporten – zeker niet. De reden is juist dat ik me vanochtend, al sportend, realiseerde dat ik zo langzamerhand de mééste blogjes en de mééste hoofdstukken van mijn boeken wel zo zou kunnen noemen.

Als ik me beperk tot de laatste weken: Lees verder

Geplaatst in zonder categorie | Tags: , | Een reactie plaatsen

Onbekende talen

jona_baalbekVoor wie hem niet kent: oudhistoricus Jona Lendering is een gedreven en productief popularisator van zijn vakgebied. Hij heeft naar mijn smaak een prettige toon: die van een (hoog)leraar voor de klas, met gewone zinnen en terloopse humor, maar ook met de noodzakelijke onalledaagse vaktermen en secure redeneringen. Toegankelijk en aantrekkelijk, maar bepaald niet op de hurken. Op Lenderings inmiddels zeer omvangrijke blog, Mainzer Beobachter geheten, is veel boeiends te lezen over de klassieke oudheid: niet alleen de Griekse en Romeinse, maar ook de Perzische, Egyptische, Joodse, Assyrische en meer. Zijn blogpost van vandaag plaats ik door omdat die over een interessante taalkwestie gaat: de ontcijfering van het Etruskisch en andere uitgestorven talen.

Mainzer Beobachter

Een deel van het linnen boek van Zagreb (Archeologisch museum, Zagreb)

Zoals ik al aangaf, heeft het Archeologisch Museum van Zagreb veel moois te bieden. Eén van de beroemdste stukken is de Zagreb Mummie. Die is in de negentiende eeuw ooit eens “afgewikkeld”. In het museum ligt nu een dode Egyptenaar tentoongesteld – wat ik eerlijk gezegd smakeloos vind – en daarnaast zijn de windsels te zien. Die bleken afkomstig uit een boek met linnen bladzijden waarop een Etruskische tekst te lezen stond. Hierboven een foto.

Van het Etruskisch begrijpen we onvoldoende, al is het minder mysterieus dan wel wordt aangenomen en is duidelijk dat de tekst die via Egypte in Zagreb is beland, een religieus karakter heeft. Welke problemen zijn er zoal bij het doorgronden van een antieke taal?

View original post 892 woorden meer

Geplaatst in taal algemeen | 2 reacties