#WvhN (slot): Don Kíkóti

quijoteDe Week van het Nederlands wordt vandaag afgesloten, en dus plaats ik het laatste stukje uit mijn boek Vakantie in eigen taal. Dat kijkt, bij wijze van uitzondering, een flink stuk over de grens van ons taalgebied.

Zou Miguel de Cervantes (1547-1616) de naam van zijn bekendste personage nog herkennen als hij hem nu zou horen? In Spanje wel, want daar spreekt men hem nog steeds hetzelfde uit als de schrijver zelf deed: ‘donkiegotte’. Alleen de spelling is een beetje veranderd: van Don Quixote in Don Quijote.

Maar elders? Lees verder

Advertenties
Geplaatst in boeken e.d., vertalen | Tags: , | Een reactie plaatsen

#WvhN 7: Het buurtje rondom de zon

De Week van het Nederlands is nog steeds bezig. Daarom ook vandaag weer een stukje uit mijn laatste boek, Vakantie in eigen taal

heelal“Hoe ziet een levend, bruisend Mars eruit?”, lees ik op een populair- wetenschappelijke website, en ik struikel erover. Een slippertje van de eindredacteur, lijkt me. “Wat is in vredesnaam ‘het Mars’?”, twitter ik. “Intrigerend: hoe ontstaat zo’n fout? Waarom zegt iemand dat?”

Die vraag maakt een stroom van verrassende reacties los. Meerdere mensen die ik ken als deskundig, taalgevoelig of beide, antwoorden dat ook zij Mars als onzijdig beschouwen. Zelfs Onze Taal laat weten daartoe te neigen, al beaamt de twitteraar van dienst dat de planeten volgens hun naslagwerken inderdaad de-woorden zijn. Lees verder

Geplaatst in Nederlandse taal | Tags: , , | 4 reacties

#WhvN 6: Woordsoortwoorden

De Week van het Nederlands is nog steeds bezig. Daarom ook vandaag weer een stukje uit mijn laatste boek, Vakantie in eigen taal

Sinds wanneer gebruikt het Nederlands bij het zogeheten ‘taalkundig ontleden’ de woordsoortnamen die we nu kennen?

heul001nede02ill04De meeste zijn in de zeventiende en achttiende eeuw ontstaan, vaak in een langdurig proces van voorstellen, afwijzingen en nieuwe voorstellen. De succesvolste naamgever is Christiaen van Heule. De termen naamwoord, bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoord, werkwoord, voorzetsel en telwoord stammen allemaal uit zijn boek De Nederduytsche Grammatica ofte Spraec-konst uit 1625 (al noemde hij voorzetsels meestal voorvoegsels en al had hij niet door dat telwoorden een afzonderlijke woordsoort vormen). Omwille van de mooie woorden die hij heeft bedacht, vergeef ik hem die twee veel te lange vertalingen van substantief en adjectief, evenals het feit dat hij ons heeft opgezadeld met het zinloze en onwerkbare verschil tussen hen en hun. Lees verder

Geplaatst in Nederlandse taal | Tags: , , | 3 reacties

#WvhN 5: Heupedeintje en Kopsterk

Germaan

Verouderde Germaan

De Week van het Nederlands is bezig. Ik zal daarom elke dag een stukje uit mijn laatste boek Vakantie in eigen taal hier op het blog plaatsen. 

Ze kunnen nog niet lopen, laat staan paardrijden. Ze kunnen nog niets beetpakken, laat staan zwaardvechten. Ze kunnen nog niet rechtdoor kijken, laat staan nauwkeurig mikken met pijl en boog. Kortom, het ligt niet voor de hand om een pasgeboren baby aan te duiden als ‘vooraanstaande strijder’ of ‘beschermster van het volk’. Dit jengelwichtje, ‘geliefde leidster’? Dit schijtventje, ‘edele wolf’? Laat me niet lachen.

Toch zijn dat precies de namen die onze voorouders aan hun kinderen gaven. In elk babynamenboekje zijn ze te vinden. ‘Germaans’ staat erbij, en dan volgt er meestal een krijgshaftige toelichting. Iets als ‘legervriend’ (Erwin) of ‘volksvriendin’ (Lidwien), ‘roemvolle speer’ (Rutger) of ‘speerkracht’ (Geertruide). En de oude Germanen noemden hun kinderen zo zonder eerst een boekje te raadplegen. Toch wisten ze donders goed wat ze deden, want de namen die ze gaven waren op dat moment nog gewone, alledaagse woorden. Lees verder

Geplaatst in Nederlandse taal | Tags: | 2 reacties

#WvhN 4: Onnavolgbare vertwijfeling

De Week van het Nederlands is bezig. Ik zal daarom elke dag een stukje uit mijn laatste boek Vakantie in eigen taal hier op het blog plaatsen. 

4890379459_9eff7e92bc

Vertwijfeling (als allegorie, dus topless)

Er zijn van die woorden die iedereen verkeerd gebruikt. Het lijkt wel of ik de laatste ben die de ware betekenis nog kent.

De gedachte is misschien vertrouwd, maar beslist onzinnig. Ongezond egocentrisch. Een woord betekent nu eenmaal wat de spraakmakende gemeente vindt dat het betekent. Taal is weliswaar niet democratisch, want de spraakmakers, smaakmakers en praatjesmakers hebben meer gezag dan de rest. Maar een linguïstische theocratie, met een priesterklasse van grammatici en lexicografen die de heilige boeken der Dietse tale interpreteren, dat is het Nederlands nu ook weer niet.

Hoe dat ook zij: ík heb me maar aan te passen. Lees verder

Geplaatst in Nederlandse taal, taal algemeen | Tags: , | 2 reacties

#WvhN 3: Terugblikken op vooruitzien

providentiaDe Week van het Nederlands is bezig. Ik zal daarom elke dag een stukje uit mijn laatste boek Vakantie in eigen taal hier op het blog plaatsen. 

Wie ergens heen wil, moet goed vóór zich kijken, oftewel: vooruitzien. Dat wisten de Oudste Romeinen al – niet Caesar en Cicero, met hun Klassieke Latijn, maar hun voorouders, meerdere eeuwen voor Christus, die Oudlatijn spraken. Zij beseften het belang van vooruit-zien, en ze noemden dat precies als wij, maar dan in het Latijn: pro-vidre. Ze maakten er ook een zelfstandig naamwoord van, providentia. Lees verder

Geplaatst in Nederlandse taal, vreemde talen | Tags: , | 1 reactie

#WvhN 2: Wie schrijft, die blijft – even

De Week van het Nederlands is bezig. Ik zal daarom elke dag een stukje uit mijn laatste boek Vakantie in eigen taal hier op het blog plaatsen. 

80ersHet vooraf zo magische jaar 2000 heeft de wereld niet veranderd, op één kleinigheid na: de namen van decennia zijn omslachtiger geworden. In plaats van ‘de jaren vijftig’, ‘de jaren tachtig’, enzovoort schrijven veel mensen sindsdien ‘de jaren vijftig van de vorige eeuw’, ‘de jaren tachtig van de twintigste eeuw’, enzovoort.

Waarom? Ik bedoel: van welke eeuw anders? Lees verder

Geplaatst in Nederlandse taal | Tags: | 2 reacties