Inburgeren in eigen land

Over straatnamenIk ben geboren aan een Berkelplein, op een steenworp van de Geul, en ik woon nu aan een Berkelstraat, op een boogscheut van een Geulstraat. Maar terwijl de Berkel- en de Geulstraat allebei naar riviertjes zijn genoemd, heet het Berkelpléín via kronkelwegen naar ene Heinric van Birckelaer. Tussendoor heb ik aan een Dorpsstraat gewoond, een staatsliedenstraat (Treub), een professorenstraat (Huijbers), een gracht (Oudezijds Achterburgwal), een dwarsstraat (Rustenburger-) en een schrijversstraat (Brederode).

Daarmee biedt mijn wooncarrière een aardig representatief beeld van de Nederlandse straatnamen, begrijp ik uit Over straatnamen met name van René Dings: zowel de thema’s (lokale historische figuur, rivier, geleerde, enzovoort) als de achtervoegsels (straat, dwarsstraat, plein en wal) komen veel voor. Moderne buitenwijknamen als Stuurboord en Koolwitje, zonder achtervoegsel, zijn me bespaard gebleven, maar mijn ouders hebben jaren aan de Wegedoorn gewoond, en mijn moeder daarna nog aan een ‘weg’ genoemd naar een bedrijf en een ‘baan’ genoemd naar een historisch beroep. Straatnaamtechnisch zijn we een familie Doorsnee.

Dat is een van de vele aardige dingen van Dings’ boek: het laat je een frisse blik werpen op je eigen verleden, je eigen stad en eigenlijk elke verzameling adressen. Natuurlijk wéten we dat Kerkstraten en Vondelstraten, Kennedylanen en Beatrixpleinen gangbaar zijn, en we snappen ook wel waarom. Maar Dings weet van het onderwerp een soort terloopse cultuurhistorie te maken, om niet te zeggen een inburgeringscursus in eigen land. Hij laat zien hoe de straatnaamgeving tal van grote verschijnselen in het klein weerspiegelt: de geleidelijke formalisering en bureaucratisering van het bestuur; de natievorming, met behulp van beroemde dode landgenoten; regionale verschillen, nationale trends en internationale invloeden; de waarden van onze samenleving en de waarde van het lokale onroerend goed. Dat alles soepel en lichtvoetig verwoord, doorspekt met goede anekdotes en hier en daar voorzien van een ironische noot.

Dings’ belangstelling en liefde voor taal (hij schreef eerder Weg om legging, over merkwaardig spatiegebruik) uit zich niet alleen in zijn stijl, maar ook in passages waarin de taal zelf centraal staat: uitspraak, spelling, etymologie – zelfs lijstjes van isogrammen, palindromen, panvocalische namen en meer van dat Opperlands ontbreken niet.

Nederland mag dan ruim een kwart miljoen straatnamen tellen, een onuitputtelijk onderwerp om over te schrijven vormen ze niet, zou je denken. Maar Dings vindt bewonderenswaardig veel invalshoeken. Een willekeurige greep uit de vragen die hij beantwoordt: Welke mensen worden pas na hun dood vernoemd, welke al bij leven? Waarom zijn Zeisstraat en Pastoor Visserstraat ongelukkige namen? Hoe zijn de straten van het Nederlandse Monopolyspel gekozen? Waarom heeft Hilversum wel een Betje Wolfflaan, maar geen Aagje Dekenlaan? En is de weg naar Kralingen echt zo oud?

Het boek laat weinig te mopperen over. Goed, als titel was wel iets beters te bedenken geweest. De zaak komt wat traag op gang – hoofdstuk 1 is denk ik het minst meeslepend. De formulering ‘de straatnaam is vernoemd naar’, die meermalen voorkomt, klinkt me vreemd in de oren. En ik had wel wat informatie over tweetalige straatnaamborden willen lezen, maar die stond vermoedelijk niet in de ‘Basisadministraties Adressen en Gebouwen’, Dings’ allerbelangrijkste bron.

Maar ach, veel belangrijker is dat Over straatnamen met name mijn verwachtingen een heel eind overtroffen heeft. Het is niet ‘wel aardig’, zoals ik voorzag; het is echt heel leuk. En waar ik vreesde dat het voorspelbaar zou zijn – ik loop tenslotte al een halve eeuw door Nederlandse straten, en ik ben zo iemand die naambordjes leest – vertoont het juist de glanzende keerzijde van de medaille der voorspelbaarheid: herkenbaarheid.

****

Over straatnamen met name. Waarom onze straten heten zoals ze heten. Door René Dings. Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar. € 17,50. ISBN 9789038803524.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in boeken e.d., Nederlandse taal en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Inburgeren in eigen land

  1. Zorgtaal zegt:

    Over twee weken verhuis ik naar Olst, waar ik in het reine zal moeten komen met de Kornet van Limburg Stirumstraat en de Jan Schamhartstraat, die als twee hoofdverkeersaders het dorpje doorrijgen. Ze roepen bij mij beurtelings muzikale en dermatovenereologische associaties op.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s