Oproep: stel je taalvraag aan mij-in-KIJK!

KIJKSinds anderhalf jaar beantwoord ik taalkundige vragen voor het maandblad KIJK. De meeste komen van lezers, andere zijn geïnspireerd op vragen die voorbijkomen op sociale media of in mijn analoge sociale leven. Ik heb een aantal antwoorden ook hier op taaljournalist.nl geplaatst, en er zullen er zeker meer volgen.

Jou, als lezer van dit blog, houden ongetwijfeld ook geregeld allerlei taalvragen bezig. Suggestie: leg ze aan me voor! Per mail, via Twitter of door hieronder een commentaar achter te laten. Ik denk er dan over na, en als ik er raad mee weet, laat ik je dat niet alleen weten, maar plaats ik het antwoord ook in KIJK, onder vermelding van jouw naam. (De redactie heeft daar natuurlijk ook nog iets over te zeggen, dat wel.)

De vragen mogen heel breed zijn, zoals die van zojuist. Ze mogen ook specifiek zijn, zoals deze. Ze mogen over het Nederlands gaan (kijk maar) of over andere talen (zelfs dode). Het voornaamste is eigenlijk dat de vragen interessant moeten zijn voor KIJK-lezers: slimme en nieuwsgierige mensen die niet gespecialiseerd zijn in taal.

Ik ben benieuwd waar jullie benieuwd naar zijn! En o ja, ik heb met KIJK afgesproken dat etymologische vragen maar heel af en toe aan bod komen. Wil je de ontstaansgeschiedenis van een Nederlands woord weten, kijk dan even op de Etymologiebank; voor Engelse woorden is Etymonline een goede vraagbaak.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in taal algemeen, vragen aan KIJK. Bookmark de permalink .

5 reacties op Oproep: stel je taalvraag aan mij-in-KIJK!

  1. Drabkikker zegt:

    Hier eentje die af en toe de kop bij me opsteekt en misschien eigenlijk meer filosofisch van aard is.

    Vaktechnisch hou ik me bezig met (oude) Semitische talen. In die talen is de eenvoudigste vorm van het werkwoord de derde persoon enkelvoud (mannelijk perfectum om precies te zijn: ‘hij heeft gedingest’ / ‘hij dingeste’); de overige personen krijgen allerhande affixen, klinkermutaties e.d. Bij ons hier in Indo-Europa is de eenvoudigste vorm juist de eerste persoon enkelvoud en zijn het vaak (althans waar het verschil wordt gemaakt) de tweede en de derde personen die gemarkeerder zijn.

    Het is verleidelijk om dit te zien als de een of andere reflectie van een verschil in maatschappelijk perspectief dat deze culturen van oorsprong hadden (‘ik’ versus ‘de ander’), maar tegelijkertijd besef ik dat dat op zijn zachtst gezegd een tikje new-agerig klinkt, en met royale scheuten Sapir-Whorf erdoorheen. Wat zou joe hiervan zeggen?

    Like

    • Gaston zegt:

      ‘Verleidelijk’ lijkt me het juiste woord. 😉 Ik bied er bij voorkeur weerstand aan…
      Trouwens, is in de Indo-Europese Unie niet vaak zelfs de gebiedende wijs enkelvoud de eenvoudigste vorm? Ik ken te weinig van Indo-Europa om het stellig te durven beweren, maar áls het klopt zou dat juist weer wel op een gerichtheid op ‘de ander’ duiden, maar dan in een autoritaire vorm.
      Dank voor de intrigerende gedachtegang, maar in KIJK ga ik daar mijn vingers niet aan branden. Dat zul je me denk ik vergeven.

      Like

      • Drabkikker zegt:

        Haha, snap ik volkomen, maar dank voor de meedenk! Ja, mijn wetenschappelijke stemmetje protesteert ook, en bij die gebiedende wijs had ik nog niet eens stil gestaan. Misschien komt er nog een behapbaardere taalvraag in me op; nu eerst de zon in.

        Like

        • Erik Bouwknegt zegt:

          Als Indo-Europa over de Indo-Europese talen gaat is de imperatief inderdaad de ‘eenvoudigste’ vorm, wat betreft de 1e persoon enkelvoud ligt het toch wat ingewikkelder. In ons kleine hoekje Europa lijkt die dan wel uitgangloos (al heeft het Duits dan toch nog de sjwa als uitgang), maar dat is maar slijtage, ga je iets verder weg dan is de eerste persoon helemaal zo eenvoudig niet, zo zijn in Romaanse talen anders dan Frans de werkwoordsvormen van de tegenwoordige tijd indikatief de stam + thematische klinker + uitgang, en is nou juist de 1e persoon enkelvoud op die regel de uitzondering:
          1 ev hablo / parto
          2 ev hablas / partes
          3 ev habla / parte
          1 mv hablamos / partimos
          2 mv hablais / partís
          3 mv hablan / parten
          [laat ik wisselingen in de stamklinker even buiten beschouwing, maar daar is het ook geen geval van 1e enkelvoud tegenover de andere vormen samen]

          Elders in hedendaags Indo-Europees kom je nog andere patronen tegen, zo is in Modern Perzisch de 3e enkelvoud verleden tijd de eenvoudigste vorm en heeft de 1e enkelvoud een uitgang, zowel in de tegenwoordige als de verleden tijd (waarbij dan nog opgemerkt dat Perzische werkwoorden twee stammen hebben, de verleden stam is gelijk aan de infinitief minus ‘-an’, de tegenwoordige stam kan daar flink van afwijken).
          infinitief kardan, verleden stam kard, tegenwoordige stam kon
          1 ev tegenwoordig mikonam / verleden kardam
          2 ev tegenwoordig mikoni / verleden kardi
          3 ev tegenwoordig mikonad / verleden kard
          1 mv tegenwoordig mikonim / verleden kardim
          2 mv tegenwoordig mikonid / verleden kardid
          3 mv tegenwoordig mikonand / verleden kardand

          In hedendaags (Gaelic) Iers hebben alleen de 1e persoon enkelvoud en meervoud nog een eigen uitgang, en worden de andere personen gevormd door een gezamenlijke uitgang voor alle personen + persoonlijk voornaamwoord.

          In hedendaags gesproken Welsh gaat men nog een stapje verder en worden in de tegenwoordige tijd alle personen weergegeven door een verbogen vorm van het onregelmatige werkwoord ‘bod’ (zijn) + ‘yn’ (voorzetsel) + verbaalnomen. Literair Welsh kent wel persoonsuitgangen, en dan is in de tegenwoordige tijd de 3e enkelvoud de eenvoudigste vorm, namelijk alleen de stam:
          1 ev talaf
          2 ev teli
          3 ev tal
          1 mv talwn
          2 mv telwch
          3 mv talant

          In Hindi wordt het werkwoord in de tegenwoordige tijd indicatief niet vervoegd naar persoon, alleen naar geslacht en enkelvoud/meervoud.

          In het gereconstrueerde Proto-Indo-Europees wordt er onderscheid gemaakt tussen twee groepen werkwoorden, de zogenaamde thematische en athematische werkwoorden, met ieder hun eigen vervoeging. In beide vervoegingen heeft iedere persoonsvorm een persoonsuitgang, ook de 1e enkelvoud.

          Zomaar wat voorbeeldjes om te laten zien dat ‘het’ Indo-Europees in dit verband niet echt bestaat, daarvoor zijn er te veel verschillen. Het komt voor dat de 1e persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd de eenvoudigste vorm is, maar dat is zeker geen algemene regel voor het hele Indo-Europees.

          Liked by 1 persoon

        • Drabkikker zegt:

          Kijk, dat dingt inderdaad flink wat van mijn hypothette af. Dank voor de grondige onderbouwing!

          Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s