Taalshow (1): tussen dood Soemerisch en libben Frysk

Een tijdreis van negentig eeuwen, literatuur, muziek en een terugblik op een taalkundige miskleun van de Volkskrant: dat en nog een beetje meer kwam er voorbij tijdens de eerste Taalshow, gisteravond in een vol Torpedo-Theater te Amsterdam. Blogger dezes praatte de zaak aan elkaar.

Alwin Kloekhorst (rechts)

Alwin Kloekhorst (rechts)

De tijdreis besloeg drie etappes. De Leidse promovendus Peter Alexander Kerkhof traceerde de oorsprong van het Nederlands naar de vijfde eeuw, toen het Nederlands en het Duits ieder huns weegs begonnen te gaan. Met een vet vroegmiddeleeuws  accent liet hij horen hoe onze taal toen moet hebben geklonken: “Ik skolde gerno van iu vior appelo kôpian” oftewel ‘ik zou graag vier appels van u kopen’.
Dr. Alwin Kloekhorst, eveneens uit Leiden, deed de tweede etappe, die naar nóg eerdere voorgangers van het Nederlands leidde. Hij kwam ten slotte uit bij het Proto-Indo-Europees, waarvan de sprekers zo’n 5500 jaar geleden moeten hebben geleefd. De discussie wáár die leefden, is nu eindelijk wel zo’n beetje beslecht, vertelde Kloekhorst tevreden: in de Oekraïense steppe.*
Toen de Indo-Europeanen nog in Oekraïne leefden, moet er in Nederland dus iets heel anders zijn gesproken – maar wat? Op die lastige vraag wist de Utrechtse taalwetenschapper prof. dr. Peter Schrijver, op basis van eigen onderzoek, een begin van een antwoord te geven. Goeie kans dat die taal hierheen is gebracht door de eerste boeren, redeneerde hij, want die verspreidden zich zo’n negenduizend jaar geleden geleidelijk over heel Europa, waar tot dan toe jagers en verzamelaars het rijk alleen hadden. En wat spraken die boeren? Dat is verre van zeker, maar mogelijk behoorde hun taal tot dezelfde familie als het Soemerisch (Irak), het Hattisch (Turkije) en het Minoïsch (Griekenland). Die drie talen lijken aan elkaar verwant te zijn, de agrarische nieuwkomers waren zeker afkomstig uit het oostelijke Middellandse Zeegebied en een aantal zeer oude woorden in het Nederlands, zoals erts en leeuwerik, zijn  etymologisch gezien goed met die theorie te rijmen.

Tussen alle oude tot zeer oude geschiedenis door sleepten drie andere gasten de luisteraars telkens weer terug naar het heden. Dr. Sterre Leufkens vertelde over de wederwaardigheden van haar proefschrift in de massa- en sociale media: goed weergegeven in Onze Taal, maar vervolgens daaruit overgeschreven en aangedikt door de Volkskrant, met veel boze lezersreacties en tweets tot gevolg. Tja, kan gebeuren – als een journalist een verhaal uit de tweede hand slordig navertelt in plaats van even de telefoon te pakken. Leufkens drukte zich overigens milder uit dan ik nu doe. Ik schaam me een beetje voor mijn collega.
Met de hem kenmerkende dictie las schrijver en Constantijn Huygens-prijswinnaar A.L. Snijders drie van zijn zkv’s (zeer korte verhalen) voor. Doordat hij één ervan voorzag van een zli (zeer lange inleiding) en een naschrift, vormden ze toch een substantieel deel van het programma.
De enige niet-Nederlandstalige bijdrage aan de Taalshow kwam van zanger Piter Wilkens. Hij liet twee van zijn Friese liedjes horen, plus het nummer Friese Troedeboer, waarin hij het Friesgekleurde Nederlands van zijn provinciegenoten op de hak neemt. Althans, dat “van oude Friezen”, zoals hij benadrukte – al waren die natuurlijk toch altijd nog een heel stuk jonger dan de Oude Friezen waar Kerkhof eerder op de avond over had verteld.

De Taalshow was niet eenmalig. Volgende maand is er weer een, dan met als thema ‘taal en doofheid’. Prof. dr. Niels Schiller uit Leiden zal de door zijn groep ontwikkelde Spraakzien-taalbril voor doven en slechthorenden demonstreren. Met prof. dr. Beppie van de Bogaerde (UvA) praten we over gebarentaal. En wetenschapsjournalist Liesbeth Koenen zal een column uitspreken. Meer details volgen binnenkort op de agendapagina van het theater. De show verhuist overigens naar een andere avond: voortaan is het zaak elke laatste donderdag van de maand vrij te houden in je agenda; 26 maart, om te beginnen. Reserveer even als je wilt komen, want de zaal is klein en de belangstelling groot.

*******

* Des te beter, want in Taaltoerisme breng ik inderdaad die theorie aan de man. In een eerder boek had ik iets anders verkondigd, eveneens op gezag van serieuze wetenschappers. Gelukkig hoef ik dus niet opnieuw een U-bocht te maken.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Nederlandse taal, taal algemeen, vreemde talen en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s