De stilste taal van Nederland (2)

goudlokje_linksHet ritueel heeft iets kinderachtigs, maar als markering blijkt het behoorlijk effectief: aan het begin van elke les Nederlandse Gebarentaal stoppen we allemaal onze stem in een doosje. Letterlijk, althans voor een deel, want er circuleert dan echt even een plastic bakje waar we, al mimend, iets in opbergen wat we uit onze mond halen. Daarna wordt er niet meer hardop gepraat tot het einde van de les, wanneer de docent het doosje opent en onze stemmen weer vrijlaat. Alleen gefluisterd wordt er heel af en toe nog, meestal om iets vóór te zeggen aan een medecursist die iets niet snapt.

Ruim twee uur lang wordt er dus vrijwel alleen gebaard. Of ‘gebaad’, in een taalbad zoals ik dat persoonlijk nog nooit heb meegemaakt. Natuurlijk, na heel wat uren Spaanse les was mijn eerste bezoek aan een Spaanstalig land ook een taalbad, met alle moeizame gespartel en geproest van dien, maar de lessen zelf waren heel traditioneel, met uitleg in het Nederlands of Engels. Nu lig ik dus als volslagen beginner in een talig pierebadje en moet telkens weer vertellen dat ik niet Caroline heet, maar Gaston, en dat die daar degene is die Caroline heet, en dat ik water drink, of thee met niets erin, of koffie met melk maar zonder suiker. Ook weer kinderachtig, maar ook effectief. En als het gaat om het leren van een taal, zíjn kinderen natuurlijk ook bepaald geen slechte rolmodellen.

Uitpluizen
Wat allemaal niet wegneemt dat ik soms graag wat meer houvast zou willen hebben. Waarom gebaart de docent soms iets anders dan de instructeur op de dvd? Het persoonlijk voornaamwoord staat als onderwerp van de zin bij de een vooraan, bij de ander achteraan en soms op beide plaatsen. Het zal wel kloppen, hoor, maar hoe zit dat? Heeft het soms iets te maken met de topic en de focus van de zin: welke informatie sluit aan bij het voorgaande, welke is nieuw en dus belangrijk? Misschien toch eens opzoeken.

Op een ander punt begint er gelukkig wel helderheid te ontstaan: bij welke gebaren gebruik je ook je mond (het ‘smakken’ waar ik het vorige keer over had), bij welke niet? Het is geen keiharde wet, maar de vuistregel lijkt toch wel te zijn dat vooral zelfstandige en bijvoeglijke naamwoorden vergezeld gaan van een mondbeweging, en werkwoorden niet. Het is trouwens verrassend moeilijk om dat ook te dóén. Ik ben zo geconcentreerd op mijn handen dat ik mijn mond – beroofd als hij bovendien is van stemgeluid – vaak vergeet te gebruiken. Ik begin trouwens te vermoeden dat het toevoegen van zo’n mondbeeld de woordsoort kan veranderen: het gebaar voor ‘bewegen’ plus mondbeeld wordt dan ‘beweging’. Maar ook hier geldt weer: onder voorbehoud. (Is dit hoe een taalkundige zich voelt die in het Amazonegebied of op Nieuw-Guinea een nog onbeschreven taal probeert uit te pluizen?)

Boekstaven
De docente schrijft af en toe iets op een bord. In het Nederlands. Dat laatste is minder logisch dan het misschien lijkt. Om te beginnen is Nederlands voor haar een tweede, later geleerde taal, die voor haar bovendien een pure schrijftaal is, die ze spreekt noch hoort. Maar bovendien, bij onderdompeling in een taalbad is de schrijftaal meestal dezelfde als de spreektaal, en hier dus niet. Hetgeen de vraag oproept: kán NGT überhaupt geschreven worden?

Het antwoord is ja, las ik in het jongste nummer van Levende Talen Magazine, dat toevallig deze week op de mat viel. Alleen, NGT en andere gebarentalen gebruiken niet het Latijnse alfabet, maar SignWriting, een set tekens die speciaal ontworpen is om alle gebaren zo efficiënt mogelijk te boekstaven. (Het plaatje rechtsboven is zo’n teken.) Opmerkelijk genoeg wordt dat schrift op Nederlandse dovenscholen niet of nauwelijks onderwezen; in het Vlaamse Kasterlinden wel. De schrijfster van het artikel, Eveline Boers-Visker, geeft praktische, sociale en culturele argumenten om dat wél te gaan doen. Het artikel staat helaas nog niet online; wanneer het verschijnt, zal ik een koppeling plaatsen.
[Dat is inmiddels gebeurd: download hier de pdf.]

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Nederlandse Gebarentaal en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

9 reacties op De stilste taal van Nederland (2)

  1. Over de plaats van voornaamwoorden: dit wisselt ook bij doven nogal, en we hebben als taalkundigen nog niet helemaal in kaart wat hier gebeurt. Wel is uit ons onderzoek van de afgelopen jaren gebleken dat naast grammaticale regels er ook ritmische overwegingen een rol spelen bij het wel of niet uitspreken of herhalen van een voornaamwoord. Als het eind van de zin een kort gebaar bevat, zonder herhaalde beweging, wordt soms een wijsgebaar toegevoegd. Als het laatste gebaar wel herhaald is, zie je eerder dat de beweging van dat gebaar nog een keer extra herhaald wordt. Beide zorgen ervoor dat het laatste gebaar van een zin wat meer nadruk heeft, net zoals we in het Nederlands de laatste lettergreep ietsje langer uitspreken. Dit zijn eigenschappen van een taal waar sprekers/gebaarders zich meestal niet bewust van zijn, en dat maakt ze lastig te onderzoeken en lastig te leren.

    Like

  2. SignWriting is bedoeld als “orthografisch” schrift: een schriftelijke weergave voor dagelijks gebruik door gewone taalgebruikers. Omdat het net als de Nederlandse spelling wel grotendeels de klankvorm volgt, lijkt het wel op een fonetische schrift. Er zijn ook echte fonetische transcriptiesystemen voor gebarentaal ontworpen, zoals HamNoSys (http://www.sign-lang.uni-hamburg.de/hamnosys).
    Nog een kanttekening: SignWriting kan niet zomaar voor elke gebarentaal gebruikt worden, maar zal voor verschillende gebarentalen een beetje moeten worden aangepast. Ik betwijfel bijvoorbeeld of de Groningse ringhand (alle vingers uitgestoken en gespreid, alleen de ringvinger gebogen) er wel mee opgeschreven kan worden, zoals in het gebaar WATER. Gelukkig komt de fonologie van gebarentalen meer overeen dan die van gesproken talen, waardoor het aantal aanpassingen per taal niet heel groot zal zijn.

    Like

  3. Ik vraag me nog iets af. Weet jij of er iets bekend is over hoe doven denken? Ik hoor altijd woorden in mijn hoofd. Denken is voor mij een soort in mezelf praten. Denken doven in beelden?

    Like

  4. Als je illustratie hierboven ook SignWriting is, dan zou ik denken dat er in elk geval iets van mimiek in terug te zien is. Dat lijkt me ook essentieel, omdat de woordsoort erdoor kan veranderen, zoals je beschrijft.
    Aan fonetische notaties zie je trouwens ook niet alles wat bij de uitspraak hoort, zoals intonatie.

    Like

  5. Mirjam Jochemsen zegt:

    Zou je kunnen zeggen dat SignWriting is voor gebarentaal wat fonetisch schrift is voor gesproken taal?

    Like

    • Gaston zegt:

      Zo had ik het nog niet bekeken, maar ik denk dat die vergelijking een aardig eind opgaat. Ik weet niet of SignWriting even nauwkeurig is; of bijvoorbeeld het mondbeeld en de mimiek erin verwerkt zitten. Daarvoor heb ik me er gewoon onvoldoende in verdiept.
      In zekere zin hebben de gebarentalen een voorsprong: omdat ze nog geen schrift hadden, kunnen ze nu, als de gebruikers dat willen, allemaal dit SignWriting gebruiken. (Niet dat de gebruikers van verschillende talen dat dan meteen begrijpen! Maar ze herkennen in ieder geval de tekens.) Veel gesproken talen hadden natuurlijk al een schrijftraditie lang voordat het fonetisch alfabet werd ontworpen.

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s