Na bijna een eeuw een veel betere Thei

ValkenburgDit wordt een enthousiast stukje, en wel over een dialectwoordenboek: De Vallekebergsen Dieksjenaer. Het beschrijft het dialect van Valkenburg aan de Geul en omliggende dorpen, en dat doet het in een aantal opzichten op een bijzonder goede manier.

Nu zal mijn enthousiasme voor een deeltje voortkomen uit persoonlijke omstandigheden. Mijn opa sprak Valkenburgs, mijn vader tot op zekere hoogte ook, in de inleiding tot het boek komen enkele mensen voor die ik heb gekend en bovendien wordt er volop geciteerd uit het vorige Valkenburgse woordenboekje (1917), samengesteld door mijn verre familielid Theodoor (‘Thei’) Dorren. Maar zoals gezegd: het lijkt me ook gewoon een goed dialectwoordenboek, met een paar kenmerken die ik nog niet eerder ben tegengekomen.

Misschien wel het leukste vind ik dat de makers een poging hebben gedaan om taalverandering te ‘vangen’. Daartoe hebben ze – uiteraard enigszins willekeurig – de twintigste eeuw in drieën geknipt. De code O oftewel ‘oud’ duidt woorden aan die alleen gangbaar zijn bij vóór 1933 geboren Valkenburgers, M slaat op de ‘middengeneratie’, geboren tussen 1933 en 1966, J op de jongere generatie. Ze baseren zich daarbij op uitvoerig veldwerk, om het zo maar te noemen.

Voor een deel is de woordenschat, voorspelbaar genoeg, aan het vernederlandsen. Waar de O-generatie nog inverstjange zei tegen ‘eens, akkoord’, drukken de generaties M en J – inmiddels bijna iedereen dus – dit uit als eins. Het woord ouwer voor ‘leeftijd’ is nog gangbaar bij M, maar niet meer bij J – die zegt laeftied. Het lexicon vernederlandst, de fonologie niet: een bekend patroon.

Niet dat de klanken stabiel zijn. Het verbaasde me juist hoeveel er op dat gebied is veranderd, zonder dat ze nou per se Nederlandser worden. ‘Gemakkelijk’ was voor de generatie O gemaekelek, voor M gemekelek en voor J gemekkelek. Oftewel: van [èè] (als in blèren) naar [ee] naar [e]. Een vreemde ontwikkeling, want als ik het goed zie is de mond eerst een beetje dicht gegaan, en in de generatie daarna juist verder open, maar wel kórter. Misschien is het wel een kwestie van regionale beïnvloeding, want ik meen dat alle drie de uitspraken in naburige plaatsen gangbaar zijn. (Gemekelek klinkt me Maastrichts in de oren,  gemekkelek  Margratens en oostelijker, gemaekelek ietsje noordelijker – maar ik laat me graag corrigeren door lezers met recentere ervaring dan de mijne.)

Een ander sterk punt van den dieksjenaer zijn de precieze uitspraakaanwijzingen. In twijfelgevallen wordt niet alleen de lengte van klinkers aangegeven, maar zelfs staat bij elke lettergreep of die met een stoot- of sleeptoon uitgesproken moet worden. In andere Limburgse woordenboeken die ik ken (ik ken ze overigens lang niet allemaal), gebeurt dat niet, terwijl die toon wel degelijk betekenisonderscheidend is: besjete betekent bijvoorbeeld ‘beschieten’ of ‘bescheten’, al naar gelang de toon. (Zie ook deze oudere blogpost.)

Ten slotte scoort het boek ook behoorlijk goed op uitvoerigheid en gebruiksgemak. Voorin staat een grammatica, achterin staan korte hoofdstukjes over het dialect van omliggende dorpen en een uitvoerig register dat in feite als een Nederlands-Valkenburgs woordenboek dienst kan doen, en de afzonderlijke lemma’s zijn overzichtelijk en rijkelijk voorzien van voorbeeldzinnetjes.

Valt er dan niets aan te merken op De Vallekebergsen dieksjenaer? Ik kan eigenlijk alleen maar een beetje mopperen op twee aspecten van de gekozen spelling. De voornaamste misser is in mijn ogen het besluit om een ongebruikelijk teken toe te voegen aan de semi-officiële ‘Veldeke-spelling’: de makers hebben de gebruikelijke medeklinkercombinatie gk (voor de g van goal) vervangen door de ǧ, óók daar waar die door eindklankverscherping als [k] klinkt. Dat levert rare woordbeelden als möǧǧe ‘muggen’ op. Ze hebben dit gedaan om dezelfde medeklinker te kunnen gebruiken zowel tussen klinkers als aan het woordeinde: ‘muggen’ is in de gangbare spelling mögke, ‘een mug’ ’n mök, in dit boek möǧǧe en möǧ. Maar bij woorden als doeve ‘duiven’ en doaze ‘dozen’ verandert de medeklinker net zo goed, in het Valkenburgs én in het Nederlands: doef  ‘duif’, doas ‘doos’. De Turks aandoende ǧ was dus echt niet nodig geweest.

Verder is het vreemd dat de spelling van de titel in strijd is met de spellingregels die het boek voor de rest hanteert: net zoals het dialectwoord voor ‘valkenjacht’ staat gespeld als valkejach, zo had ‘Valkenburgs’ gewoon Valkebergs moeten zijn.

Maar ach, dat zijn kleinigheden. Het Valkenburgs woordenboek is een geslaagd project. En voor mij persoonlijk enigszins confronterend: in nogal wat gevallen blijk ik (*1965) woorden of woordvormen te gebruiken waar M bij staat. Deels zal dat een lokaal verschil zijn, want ik spreek een iets ander dialect. Maar ik vrees toch ook dat mijn individuele Limburgs inmiddels aardig gedateerd begint te raken.

****

‘De Vallekebergsen Dieksjenaer’ (687 blz.) is voor € 19,95 te bestellen via  svd.vadg@gmail.com.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in boeken e.d., Nederlandse taal en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s