Afasie en de taalstad

(Het onderstaande is een fragment uit een artikel over afasie, een aandoening waarbij het taalvermogen aangetast is. Het zal in november verschijnen in Onze Taal.)

Hoe begrijpen en produceren we woorden? Het taalkundige model dat dit beschrijft, lijkt op een stad met vier poorten waarlangs woorden naar binnen of naar buiten kunnen. De inkomende poorten zijn voor luisteren en lezen, de uitgaande voor spreken en schrijven. In het hart van de stad staat de grote betekenisbibliotheek van alle begrippen die de taalgebruiker kent. Dat is het zogeheten semantisch systeem. Tussen de poorten en de bibliotheek lopen allerlei straten.

Als we naar een spreker luisteren, doen we continu drie dingen. Ten eerste herkennen we in de smurrie van stemklanken en omgevingsgeluiden die via de Luisterpoort binnenkomen, de taalklanken van het Nederlands. Hier, in de Decodeerstraat, definiëren we het ene geluid als een n, het andere als een s, zodat we het ene stukje spraak als ‘k-n-ie-j-uh’, het andere als ‘k-s-ie-j-uh’ identificeren.

Vervolgens slaan we de Koppelsteeg in. Daar koppelen we de zojuist gedecodeerde taalklanken aan de klankbeelden die in ons luisterlexicon staan: respectievelijk ‘knieën’ en ‘ik zie je’. Die Koppelsteeg leidt ons naar de centrale bibliotheek, waarin we door de gangpaden op zoek gaan naar de kast met de juiste betekenis behorend bij het net gevonden klankbeeld. (Waarschijnlijk staat ‘ik zie je’, hoewel niet één woord, daar toch als één geheel in de schappen.)

ommuurde stad
Afasie kan op elke plek in de stad toeslaan. In zeer ernstige gevallen zijn alle poorten dicht of is de bibliotheek afgebrand. Maar afasie kan ook blokkades in een of meer straten opwerpen, die de doorgang alleen dáár bemoeilijken of volkomen belemmeren. Afasiepatiënten die in de Decodeerstraat op een probleem stuiten, hebben meer moeite met lange woorden. Dat komt doordat dit decoderen een geheugeninspanning vereist, die zwaarder is naarmate het woord langer is. In de Koppelstraat hebben patiënten meer moeite met een woord naarmate ze dat in hun leven minder vaak gehoord hebben. Zo zijn de klanken f-oo-t-oo makkelijker te koppelen aan het juiste klankbeeld dan p-aa-l-e-t – behalve wellicht voor een (afatische) kunstschilder, wiens palet tot zijn alledaagse uitrusting behoort. In de bibliotheek, ten slotte, vinden de meeste patiënten makkelijker hun weg naarmate het begrip concreter voor te stellen is: ‘hamer’ en ‘lopen’ lukken wel, ‘woede’ en ‘uitweiden’ zijn lastiger. Je zou bijna denken dat ze, net als in een echte bibliotheek, zoeken met hun ogen.

Ook van de Leespoort lopen soortgelijke straatjes naar de bibliotheek. Wie spreekt of schrijft, daarentegen, zoekt eerst betekenissen op in de bieb en snelt dan langs een andere route naar de uitgaande poorten. Verder kent de stadsplattegrond nog een paar ondergrondse gangen, die onverwachte plekken met elkaar verbinden. Die tunnels verklaren bijvoorbeeld waarom we niet-bestaande woorden, die dus niet in de betekenisbibliotheek te vinden zijn, toch kunnen nazeggen. De afasietherapeut onderzoekt welke poorten, straten en gangen begaanbaar zijn, en welke niet.

Het stratenpatroon is niet fysiek in het brein aan te wijzen. Maar uit de problemen waar afasiepatiënten (en bijvoorbeeld ook dyslectici) tegenaan lopen, is af te leiden dat de beschreven ‘taalstad’ in de één of andere vorm wel moet bestaan.

(Het beschreven model, maar niet de metafoor, is ontleend aan het boek ‘Afasie’ van Roelien Bastiaanse.)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in taal algemeen en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op Afasie en de taalstad

  1. afa zegt:

    Als je bibliotheek is afgebrand dan kun je wel een nieuwe bouwen. Als je een nieuwe taal leert dan bouw je toch ook een bibliotheek?

    ‘Niet-bestaande woorden’ toch kunnen nazeggen, dat kan toch bijna iedereen: het is nabootsen en nieuwe woorden leren (zoals een peuter die begint te praten).
    De bedoeling is toch om ‘nog-niet-bestaande-woorden’ uiteindelijk te stockeren in de bibliotheek.

    Ikzelf heb moeite om woorden na te zeggen. Die weg (of tunnel?) is gebroken. Ik kan beter lezen dan horen.

    Je publicaties (‘Gewonde taal’ en ‘Wat zij herwonnen na hun verlies’ in Kennislink.nl) vind ik prachtig!

    Like

  2. Mirjam Jochemsen zegt:

    Dankjewel voor deze verhelderende uitleg en de prachtige, duidelijke metafoor!

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s