Sprekersblok

Eigenlijk loop ik al een kwarteeuw mezelf simultaan te vertalen. Namelijk sinds ik op mijn achttiende Limburg verliet, en daarmee de streek van mijn streektaal.

Zelfs nu, zo veel jaar later, ontdek ik nog geregeld dialectsporen in mijn Nederlands. Niet alleen in mijn uitspraak, die onmiddellijk de grote rivieren terug oversteekt zodra ik moe of emotioneel word. Nee, ook in formuleringen die ik gebruik, of die ik met enige moeite onderdruk.

Zo zijn er allerlei uitdrukkingen die ik welbewust vermijd omdat ik inmiddels weet dat ze buiten de kring van stamgenoten op onbegrip stuiten. Lastig soms, omdat ze wel het nauwkeurigst uitdrukken wat ik op dat moment wil zeggen. Ik zag mijn geest kruipen: ‘ik zag het somber in’ dekt de lading heel behoorlijk. Hij heeft zich in de bocht geslingerd: ‘hij heeft zijn beste beentje voorgezet om iemand een plezier te doen’. Dat schrijft zich Jeanette: ‘dat is meteen herkenbaar als iets wat Jeanette heeft gedaan’.

Van huiselijke termen als het bed zuiver optrekken (‘verschonen’) en theewater opschudden (‘opgieten’) heb ik me de vertaling eigen gemaakt. Bij woorden als prótsje (iets tussen ‘spuiten’ en ‘stromen’, ongeveer zoals het Engelse to ooze) en sjravele (‘moeizaam lopen’) behelp ik me met een onvolmaakte benadering.

Soms zijn de verschillen subtieler. Ofschoon is een onberispelijk woord, maar klinkt veel plechtstatiger dan ik bedoel. Dat wordt dus hoewel. In het Nederlands kijk je én loop je naar een huis, maar kijk je ernaar en loop je erheen. In het dialect is het normaal om ook ‘erheen te kijken’. Dat onlogische verschil heb ik me in een grijs verleden eigen gemaakt. Veel korter geleden heb ik ontdekt dat de ABN-sprekende mens met een kwestie niet op, maar in zijn maag zit. Dat vergt dan weer even zelfstudie.

Misschien wel het hardnekkigste probleem – net als voor veel migranten die écht uit het buitenland komen – is het verschil tussen ‘de’ en ‘het’. Het krat klinkt mij raar in de oren (en mij niet alleen, trouwens). Koffer, de of het? Ik kan het nooit onthouden. En vanmorgen is de lijst van probleemwoorden weer langer geworden. Blok is een het-woord, beweren Van Dale en het Witte Boekje. Ik dacht dat alleen een schrijfblok en een hakblok onzijdig waren, maar een houtblok en een stootblok en een blok uit de blokkendoos mannelijk. (Het Groene Boekje is iets toegeeflijker, zie ik.)

Ik vrees dat ik weer een paar weken mijn mond moet houden, en flink studeren. Blokken dus.

***

limburgsTerwijl ik dit stukje schrijf kom ik, door een twittertip, op deze tamelijk exotische website terecht. Nietsvermoedend klik ik in het menu op ‘Limburgs’ – verschijnt daar opeens een foto van een huis waar ik als kind een jaar gewoond heb! Sterker nog, het huis waar een eerdere blog zich afspeelt. Alsof je de tv aanzet en je ziet jezelf.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Nederlandse taal en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Sprekersblok

  1. Gaston zegt:

    Nog zo’n dialectwoord dat me telkens weer voor problemen plaatst: bie-einzeumere oftewel ‘bijeenzomeren’. Oorspronkelijk was bijeenzomeren het verzamelen van oogstresten die op het veld waren achtergebleven. De boerenfamilie kon dat zelf doen, maar ik geloof dat men het ook wel aan armere mensen gunde. Zelf gebruik ik het woord alleen in figuurlijke zin: stukje bij beetje verzamelen. Je kunt geld bijeenzomeren, of een garderobe, of de benodigdheden voor een feest.
    In het Engels bestaat ook een woord met ongeveer diezelfde dubbele betekenis: to glean slaat óók op verzamelen van graankorrels of aardappels, maar je kunt ook glean information – ‘informatie (moeizaam) vergaren’. (Ik dacht altijd dat glean iets als ‘kijken’ betekende, maar dat klopt dus niet.)
    Hoe zou je dat nou in het Nederlands kunnen zeggen? Een vraag op Twitter en wat aanvullend zoekwerk leverde het volgende lijstje op: lezen (dit lijkt het meest standaardtalig te zijn), garen of gaderen (oostelijk?), rapen, akkerjutten (dit laatste als bewust neologisme), nazoeken en naoogsten.
    Een echt goed alternatief voor bijeenzomeren zie ik er niet meteen bij. Of jutten misschien? Volgens het WNT heeft dit uitsluitend betrekking op strandjutten, maar dat is natuurlijk geen reden om het woord niet ook figuurlijk te gebruiken. Alleen kleeft er aan jutten iets illegaals, meen ik, en dat is jammer. Hoe dan ook: ‘Ik heb twintig euro bij elkaar gejut voor een cadeautje.” Klinkt niet slecht.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s